Vorige week had ik een passagier. Een Bourgondiër van vlees en bloed, net als ik. Met mijn ‘brother in arms’ besprak ik de dagelijkse gang van zaken, maar natuurlijk vooral de culinaire. In zijn zetel, zo’n dertig centimeter boven het wegrollende zoab, ontpopt de reiziger zich als vegetariër. Niets aan de hand, zo denk ik dan, komt in de beste families voor. "Wel wat aan de hand", zo meldt de man verongelijkt: "Probeer jij maar eens in welk restaurant dan ook de hand te leggen op een menukaart voor vegetariërs."Zo, het hoge woord was eruit. Mijn passagier is duidelijk boos. Carnivoren hebben in zijn optiek de keuze uit soms wel dertig menu’s, terwijl vegetariërs worden afgescheept met één menu, hooguit de riante keuze krijgen uit wel twee mogelijkheden. Nu weet ik proefondervindelijk dat hij gelijk heeft. Als ik buiten de deur eet, heb ik namelijk niet altijd trek in een voortijdig geslacht kistkalfje of wat ribvlees van haar gestresste moeder.
Ik eet regelmatig met een niet-vleeseter en zij weet de uitbater altijd te irriteren door steevast en hardnekkig naar de kaart voor vegetariërs te vragen. Maar die kaarten zijn er niet. Nergens! Restaurants in Hoorn, Purmerend, Den Helder, Alkmaar, Zaandam en Enkhuizen negeren stelselmatig niet-vleeseters. En dat is een grote schande. In Amsterdam loont enig zoeken nog de moeite maar dan loop je wél het risico een smakeloze biologisch dynamische hap door de strot geduwd te krijgen.
Als een restaurantkok niet de inventiviteit kan opbrengen veel verder te komen dan het frituren van een kaassoufflé, het bakken van een eitje of het fantasieloos vullen van aubergines, is deze als maaltijdbereider in een restaurant (à 25 euro) nog geen knip voor de neus waard en moet hij zich doodschamen!.
Door politieke keuzes (varkensflats, kippenfarms) is de kans groot dat het aantal niet-vlees eters toeneemt. Alleen al door de aanblik van een aantal tv-geile politici die we nog van de vorige regering kennen. En de vleestomaten -waar deze groeiende groep ongetwijfeld mee te maken krijgt- kunnen wat mij betreft gebruikt worden om het politieke debat voortaan wat te verlevendigen.
Mijn passagier is blij dat hij zijn hart bij me mocht luchten en ik bedank hem voor de stof tot nadenken. Binnenkort start ik, misschien wel onder mijn alias, een restauranttour door Noord-Holland en wee de restaurateur die geen vegetarische kaart kan laten zien.







